Processor
Een processor, ook wel CPU (Engels: central processing unit) of in het Nederlands centrale verwerkingseenheid (CVE) genoemd, is het hart van een computer. De eerste processoren waren uitgevoerd als printplaten vol met losse componenten en IC's, maar sinds de jaren 70 ontstonden de eerste zogenaamde microprocessoren, waarbij het hele systeem op één enkele chip werd vervaardigd. De eerste microprocessor was de i4004 van Intel. De ontwikkeling in de IC technologie zorgde ervoor dat de microprocessoren van 4-bit (i4004) naar 8-bit, 16-bit, 32-bit en 64-bit konden groeien.
Een processor heeft in hoofdzaak een stel besturingslijnen, adreslijnen en datalijnen, die aangesloten zitten op de adresbus en de databus van de computer. Via de adresbus geeft de processor aan op welk adres van het extern geheugen hij iets wil lezen of schrijven en via de databus schrijft of leest hij dan vervolgens die geheugenplaats uit. Hij doet dit met zowel code (software), die voor hem opdrachten bevatten om uit te voeren als met data, oftewel de gegevens die hij aan het verwerken is. Hij communiceert met de buitenwereld doordat bepaalde geheugenadressen met interfaces van randapparatuur zijn verbonden, zoals toetsenborden, beeldschermen etc. Microcontrollers danken hun naam aan hun belangrijkste toepassingsgebied: 'control' (besturing). Ze worden gebruikt in de Televisie, de afstandsbediening, de videorecorder, radio en ook in een scheerapparaat komt men ze tegen.
Bron: Wikipedia
